Kort lontje, dun vel

Een collega vraagt of je het verslag al hebt gemaild. Een gewone vraag. En jij hoort: “Je bent te laat, zoals altijd.” Je antwoordt scherper dan je wilde, ziet haar gezicht, en een kwartier later zit je op het parkeerterrein in de auto te huilen om iets wat je vorig jaar had weggelachen. Daarna komt de vraag die het meest pijn doet: wie ben ik eigenlijk nog? Dit deel gaat over stemming in de overgang: prikkelbaar, huilerig, angstig, onzeker. En over de strenge stem in je hoofd die daar nog een schepje bovenop doet.
Deze content is alleen toegankelijk voor cliënten.
Heb je al een account? Log dan in.